Wat is inflatie?

Er is sprake van inflatie als een product van gelijkwaardige kwaliteit in de toekomst duurder wordt. Het verschijnsel dat er met een bepaalde hoeveelheid geld, steeds minder gekocht kan worden, wordt inflatie genoemd. Inflatie is een term die de prijsstijging van producten en diensten en de koopkrachtdaling van geld beschrijft.

Is inflatie slecht?

Inflatie is er altijd al geweest. Producten worden altijd duurder. Het is pas een probleem als de inflatie in sterke mate toeneemt. Als mensen met hun salaris niet meer in staat zijn zichzelf te voorzien van de eerste levensbehoeftes is er sprake van armoede. De regering en centrale banken oefenen invloed uit op de inflatie en proberen dit onder controle te houden. De inflatie kan uitgedrukt worden in percentages over een bepaalde periode.

Voorbeeld: in het jaar 1950 kon er genoten worden van een kop koffie voor 22 cent, tegenwoordig heb je voor dezelfde kop koffie 2,38 euro nodig. 

Oorzaak inflatie

Er zijn drie mogelijke manieren waardoor de inflatie beïnvloed wordt:

  • Cost-push inflatie
  • Vraag-pull inflatie
  • Ingebouwde inflatie

Cost-push inflatie

De prijzen van producten en diensten stijgen op het moment dat de productiekosten stijgen. Het bedrijf dat te maken heeft met stijgende productiekosten wil in de meeste gevallen niet in haar eigen winst snijden. De stijgende kosten worden in de meeste gevallen doorberekend aan de klanten. De stijgende productiekosten kunnen worden beïnvloed door bijvoorbeeld:

  • Een dalende productiviteit
  • Stijging van de prijs van grondstoffen
  • Een verplichte stijging in loonkosten
  • Lage werkeloosheid
  • Verhoogde bedrijfsbelastingen
  • Natuurrampen
  • Schaarste van hulpbronnen

Vraag-pull inflatie

De inflatie stijgt als de vraag naar producten en diensten sneller toeneemt dan het aanbod. Als er 200 mensen een fiets willen kopen terwijl er maar 100 fietsen worden geproduceerd, kan de producent meer geld vragen. De vraag die sneller stijgt dan het aanbod kan komen door het herstel van de economie na een recessie. Door de stijging van de koopkracht van de burger, nemen de uitgaven van de burger ook toe. In deze situatie willen burgers weer overgaan tot de aanschaf van bijvoorbeeld een nieuwe fiets. De fietsfabrikant heeft de afgelopen maanden flink moeten bezuinigen op de productie omdat niemand het geld over had voor een nieuwe fiets. Nu dit wel het geval is, ligt de productie van de producten en de vraag ernaar niet op één lijn.

Een andere reden waarom de vraag toeneemt is omdat mensen inflatie verwachten. Mensen kopen liever nu iets meer, nu het nog goedkoper is. Andere oorzaken waardoor de vraag kan stijgen is de toename in de hoeveelheid geld, lagere rentetarieven of overheidsuitgaves waardoor er meer geld in de maatschappij belandt. Voorbeelden van oorzaken die de totale vraag van de bevolking doen stijgen staan hieronder opgesomd:

  • Innovatie
  • Onevenwicht na recessie
  • Groeiende economie
  • Lage rentetarieven
  • Overheidsuitgaven
  • Belastingverlagingen
  • lage werkloosheid

Ingebouwde inflatie

Er is een cyclus die de inflatie in stand houdt. De lonen en prijzen stijgen allebei en worden door elkaar beïnvloed. Door de stijging van de prijs willen werknemers hogere lonen. Als alle producten duurder worden moeten mensen meer geld te besteden hebben om deze producten te kunnen kopen. Door de stijging van het salaris hebben mensen meer te besteden. Hier spelen bedrijven weer op in door de prijzen te verhogen. De hogere salarissen zorgen ervoor dat de productiekosten stijgen. Stijgingen in het salaris leidt tot duurdere producten en diensten. De bedrijven anticiperen hierop door de prijzen omhoog te gooien. Door de stijgende prijzen willen mensen weer hogere lonen. Deze cyclus blijft zich herhalen en houdt de inflatie in stand.

Geld bijdrukken en inflatie

De meeste mensen denken bij inflatie aan het ongelimiteerd bijdrukken van geld door de regering. Als er veel geld bijgedrukt wordt kan dit leiden tot een toename van de kostprijzen en een stijging van de vraag.

Het bijdrukken van geld kan alleen inflatie opleveren als er meer geld wordt gedrukt dan dat de economie groeit. De hoeveelheid geld is niet enkel het bedrag dat aan geld bijgedrukt wordt, maar ook het aangaan van leningen, kredieten en hypotheken.

Inflatie

Het bijdrukken van geld betekent dat er meer geld in omloop is. Dit heeft invloed op de wisselkoersen tussen verschillende valuta’s. Als de hoeveelheid dollars ten opzichte van euro sterk toeneemt, worden de dollars steeds minder waard ten opzichte van de euro. Dit zorgt ervoor dat de buitenlandse producten duurder worden.

Op het moment dat centrale banken de rente verlagen, is het voor banken goedkoper om kapitaal te lenen. Doordat het goedkoper is voor de banken om geld te lenen, gebeurt dit meer. Banken kunnen nu meer geld uitlenen aan bedrijven en particulieren. Het geld dat wordt uitgeleend aan bedrijven en particulieren wordt uitgegeven, dit doet de vraag stijgen.  

Inflatie heeft invloed op?

Inflatie betekent niet voor iedereen slecht nieuws. Er zijn partijen die baat hebben bij stijgende prijzen. Welke groepen profiteren hiervan, welke groepen worden niet geraakt en welke groepen worden geraakt?

Profiteurs

Door de waardedaling van geld kunnen debiteuren profiteren van inflatie. Als er een lening openstaat voor een bepaald bedrag, moet precies dit bedrag worden terugbetaald. Als geld minder waard wordt, wordt het steeds makkelijker deze lening terug te betalen. Ook eigenaren van grond worden niet getroffen, grond behoudt in de meeste gevallen een vaste waarde.

Inflatie geen invloed

Als de salarissen even snel groeien als de inflatie, hebben deze werknemers geen last van de stijgende prijzen. Alles wordt voor deze burgers duurder, maar ze krijgen ook meer loon. Dit zorgt ervoor dat ze de koopkracht behouden zoals ze die hadden voor de inflatie.

Gedupeerden

De mensen die het hardst getroffen worden door de inflatie zijn de spaarders, werknemers met vaste lonen, gepensioneerden met een vast inkomen, leners van een lening met variabele rente, en kredietverstrekkers van leningen.

Spaarders zien hun vermogen op de bank steeds minder waard worden. Er is tien jaar over gedaan om 100.000 euro bij elkaar te sparen. Bij een sterke stijging van de prijzen kan er met deze 100.000 euro steeds minder gekocht worden. Tien jaar geleden kon er met een ton veel meer gekocht worden dan op de dag van vandaag.

Werknemers met vaste lonen en gepensioneerde met een vast inkomen zien alles om zich heen duurder worden, maar er komt niet meer geld binnen als voorheen.

Bij de personen en bedrijven met een openstaande lening met een variabele rente worden in tijden van snel stijgende prijzen de rentes verhoogd. De overheid verhoogd deze rente zodat het lenen van geld duurder wordt. Doordat het lenen van geld duurder wordt, wordt het minder aantrekkelijk om geld te lenen. Als er minder geld geleend wordt, wordt er in de maatschappij minder geld uitgegeven. Doordat er minder geld uitgegeven wordt, komt er minder geld in omloop. Dit zorgt ervoor dat er schaarste ontstaat. Hierdoor wordt het geld meer waard. De overheid doet dit om de positie van de valuta tegenover andere valuta’s te verbeteren en de prijzen naar beneden te halen.

Kredietverstrekkers van leningen geven het geld uit op het moment dat het veel waard is. Tegen de tijd dat deze kredietverstrekkers het terug krijgen is het stukken minder waard. Als er een vast rentetarief afgesproken is, kan de verstrekker van de lening niet rekenen op een verhoging van de vergoeding.

Inflatie meten

Om de gehele inflatie te meten moeten alle prijsveranderingen van producten worden bijgehouden. Dit is niet mogelijk dus worden er selecties van productgroepen gemaakt waarvan de prijs wordt bijgehouden. De prijsveranderingen worden weergegeven in verschillende indexen. Deze indexen vertegenwoordigen de inflatie.

De bekendste index is de consumentenprijsindex (CPI). Bij deze index worden prijzen van producten bijgehouden. De producten waaruit deze index bestaat zijn de goederen die een gemiddelde burger aanschaft. Niet alle producten worden even zwaar meegerekend. Belangrijkere producten hebben in de berekening een zwaardere weging gekregen dan andere producten. In elk land hebben mensen behoefte aan verschillende producten, dit is de reden dat elk land zijn eigen index mag berekenen. In Nederland zijn de volgende producten opgenomen in de berekening:

  • Eten en drinken
  • Huisvestingskosten
  • Kleding
  • Transport
  • Medische zorg
  • Recreatie en entertainment
  • Onderwijs
  • Overige goederen en diensten

Snelheid inflatie

Inflatie is er altijd al geweest en hoeft geen probleem te zijn. De snelheid waarin de inflatie zich ontwikkelt kan een probleem veroorzaken. Er zijn vier verschillende soorten, namelijk:

  • Kruipende inflatie
  • Lopende inflatie
  • Galopperende inflatie
  • Hyperinflatie

Kruipende inflatie

Bij een jaarlijkse inflatie van 3% is er sprake van kruipende inflatie. Deze mate van prijsstijgingen stimuleert mensen tot het uitgeven van geld. Het is niet verstandig te wachten met de aankoop van producten omdat het product in de toekomst duurder wordt. Bij deze mate van groei van de prijsstijgingen hebben de bedrijven voldoende tijd om de lonen aan te passen zodat de koopkracht niet achteruitgaat

Lopende inflatie

Bij een jaarlijkse inflatie tussen de drie en tien procent is er sprake van een lopende inflatie. Op het moment dat de inflatie boven de vier procent uit komt, is er reden tot zorgen. Bij een inflatie van boven de vier procent stijgen de uitgaven van de consumenten sterk omdat ze verwachten dat producten in de toekomst duurder worden. Door de grote vraag stijgen de prijzen. De lonen kunnen deze stijging niet volgen dus verminderd de koopkracht van de burger aanzienlijk.

Inflatie

Galopperende inflatie

Als de inflatie meer dan tien procent per jaar bedraagt is er sprake van galopperende inflatie. Bij zulke prijsstijgingen van producten kunnen de armen en de middenklasse in de problemen komen.

Hyperinflatie

Bij een inflatie van vijftig procent per maand is er sprake van hyperinflatie. Bij hyperinflatie stijgen de prijzen meerdere keren op één dag. Als prijzen in deze mate stijgen, gaan mensen hamsteren. Dit hamster gedrag leidt tot schaarste van alle producten.

Inflatie is niet in alle gevallen even slecht. Maar als je wilt sparen, is inflatie altijd een probleem. Het geld opzijzetten om het minder waard te laten worden is niet effectief. gelukkigzijn er mogelijkheden waarbij u geen waardevermindering van het vermogen hoeft te ervaren. Sterker nog, het geld wordt door het op de juiste manieren te investeren juist meer waard! Meer leren over beleggen?