Technische Analyse

    ADX-indicator en Directional Movement Index (DMI)

    De ADX meet de sterkte van een trend. Lees hoe +DI, -DI en ADX werken, hoe je ze berekent en leest, en wat de beperkingen zijn.

    Tom Brouwers9 min leestijd

    De ADX-indicator (Average Directional Index) is een technische indicator die de sterkte van een trend meet, niet de richting. Hij loopt van 0 tot 100 en is ontwikkeld door J. Welles Wilder als onderdeel van zijn Directional Movement System. Samen met de lijnen +DI en -DI vormt de ADX de Directional Movement Index (DMI). Met die drie lijnen proberen technisch analisten zowel de richting als de kracht van een trend in beeld te brengen.

    Wat is de ADX-indicator?

    Wie naar een koersgrafiek kijkt, ziet vaak meteen of de koers omhoog of omlaag beweegt. Lastiger is de vraag hoe sterk die beweging is. Is er een duidelijke trend, of beweegt de koers vooral zijwaarts met wat ruis? Daarvoor is de ADX bedoeld. Met de ADX-indicator kun je trendsterkte meten, los van de vraag of de trend omhoog of omlaag gaat.

    Wilder beschreef de indicator in 1978 in zijn boek New Concepts in Technical Trading Systems, hetzelfde boek waarin hij ook de RSI en de Average True Range (ATR) introduceerde (bron: StockCharts ChartSchool, geraadpleegd 20-10-2026). Hij ontwikkelde zijn indicatoren oorspronkelijk voor grondstoffen en dagkoersen, maar ze worden ook bij aandelen, indices en valuta gebruikt.

    De ADX-lijn beweegt tussen 0 en 100. Een lage waarde wijst op een zwakke of afwezige trend, een hoge waarde op een sterke trend. Belangrijk: een hoge ADX kan zowel bij een sterke opwaartse als bij een sterke neerwaartse trend horen. De ADX zelf zegt niets over de richting. Wil je eerst een overzicht van andere hulpmiddelen, lees dan ons artikel over technische indicatoren.

    De Directional Movement Index: +DI, -DI en ADX

    De Directional Movement Index bestaat uit drie lijnen:

    • +DI (Plus Directional Indicator): meet de opwaartse beweging. Hij is gebaseerd op de afgevlakte positieve directional movement (+DM).
    • -DI (Minus Directional Indicator): meet de neerwaartse beweging, gebaseerd op de afgevlakte negatieve directional movement (-DM).
    • ADX (Average Directional Index): meet hoe groot het verschil tussen +DI en -DI is, en daarmee de sterkte van de trend.

    De vuistregel bij de richting is eenvoudig: staat +DI boven -DI, dan is de richting opwaarts; staat -DI boven +DI, dan is de richting neerwaarts (bron: StockCharts ChartSchool). In veel grafiekpakketten zie je +DI in groen, -DI in rood en de ADX als derde lijn in zwart of een andere kleur. De naamgeving is niet overal gelijk: sommige platforms noemen alleen +DI en -DI samen de DMI, andere bedoelen met DMI alle drie de lijnen.

    Hoe lees je de ADX?

    De kern van het lezen van de ADX is de richting van de lijn zelf:

    • Stijgende ADX: de trend wordt sterker. Dat kan een sterke opwaartse of een sterke neerwaartse trend zijn; de DI-lijnen laten zien welke.
    • Dalende ADX: de trend verliest kracht. De koers kan dan overgaan in een zijwaartse beweging, maar een dalende ADX betekent niet automatisch dat de trend omkeert.
    • Lage en vlakke ADX: de markt beweegt zonder duidelijke trend.

    Drempels 20 en 25

    Volgens StockCharts stelde Wilder dat er een sterke trend is wanneer de ADX boven 25 staat, en geen trend wanneer de ADX onder 20 staat. Het gebied daartussen is een grijze zone. Veel technisch analisten gebruiken 20 als belangrijkste niveau (bron: StockCharts ChartSchool, geraadpleegd 20-10-2026). Dit zijn veelgebruikte vuistregels, geen vaste wetten. Waarden ver boven die drempels worden in de praktijk vaak omschreven als een extreem sterke trend, maar een harde grens daarvoor bestaat niet.

    Let er ook op dat de drempels niet voor elke markt even goed werken. StockCharts merkt op dat aandelen met een lage beweeglijkheid soms weinig signalen geven met Wilders standaardinstellingen, en dat analisten de instellingen dan aanpassen aan het karakter van de belegging. Meer over beweeglijkheid lees je in ons artikel over volatiliteit.

    Een fictief voorbeeld

    Fictief voorbeeld, geen bestaand aandeel. Stel dat de koers van aandeel X weken achtereen in een smalle bandbreedte beweegt en de ADX rond de 15 schommelt. Daarna breekt de koers uit en loopt een aantal weken op. +DI komt boven -DI te liggen en de ADX loopt op van 15 naar 30. Een analist leest dat als: de richting is opwaarts en de trend wordt sterker. Vlakt de ADX later af en begint hij te dalen terwijl de koers nog stijgt, dan wijst dat erop dat de opwaartse beweging aan kracht verliest. Wat er daarna met de koers gebeurt, blijft onzeker.

    Kruisingen van +DI en -DI

    Een tweede manier waarop de DMI wordt gebruikt, is het volgen van kruisingen tussen +DI en -DI. Wilder beschreef een systeem waarin een kruising van +DI boven -DI als positief signaal geldt en een kruising van -DI boven +DI als negatief signaal, met als voorwaarde dat de ADX boven 25 staat zodat er echt sprake is van een trend (bron: StockCharts ChartSchool). Veel beleggers hanteren daarbij 20 in plaats van 25.

    In de praktijk kruisen de DI-lijnen elkaar vaak, vooral in markten zonder duidelijke richting. Dat levert veel valse signalen op (whipsaws). StockCharts wijst er daarom op dat analisten zulke kruisingen filteren met andere analyse, zoals de bredere trend, grafiekpatronen of volume. Je kunt dit vergelijken met moving average crossovers, waarbij de kruising van twee voortschrijdende gemiddelden op een trendwijziging zou kunnen wijzen. Ook die geven in zijwaartse markten veel ruis. Lees meer in ons artikel over de moving average.

    Hier geldt nadrukkelijk: een kruising is een rekenkundige gebeurtenis, geen voorspelling. Beleggers gebruiken de DMI als één van meerdere hulpmiddelen om een markt te beschrijven.

    Zo bereken je de ADX

    De berekening van de ADX is uitgebreid, maar de logica is goed te volgen. De standaardinstelling is 14 perioden, zoals Wilder aanraadde (bron: StockCharts ChartSchool). In grafiekpakketten gebeurt de berekening automatisch; hieronder zie je wat er onder de motorkap gebeurt.

    Stap 1: directional movement (DM)

    Directional movement vergelijkt twee opeenvolgende perioden:

    • +DM = huidige hoogste koers − vorige hoogste koers, als die beweging groter is dan de neerwaartse beweging (vorige laagste koers − huidige laagste koers). Anders is +DM nul. Een negatieve waarde wordt ook nul.
    • -DM = vorige laagste koers − huidige laagste koers, als die beweging groter is dan de opwaartse beweging. Anders is -DM nul.

    Bij een zogeheten inside day, waarbij het hoogste en laagste punt binnen de bandbreedte van de vorige dag blijven, is er dus geen directional movement.

    Stap 2: True Range en ATR

    De True Range (TR) is de grootste van deze drie waarden:

    • huidige hoogste koers − huidige laagste koers;
    • de absolute waarde van huidige hoogste koers − vorige slotkoers;
    • de absolute waarde van huidige laagste koers − vorige slotkoers.

    Het afgevlakte gemiddelde van de True Range kennen veel beleggers als de average true range (ATR), een maatstaf voor beweeglijkheid. Door +DM en -DM te delen door deze afgevlakte TR, worden de bewegingen in verhouding gezet tot de normale beweeglijkheid van de belegging.

    Stap 3: +DI, -DI, DX en ADX

    Eerst worden TR, +DM en -DM over 14 perioden afgevlakt met de methode van Wilder. Daarna:

    • +DI14 = (afgevlakte +DM14 ÷ afgevlakte TR14) × 100
    • -DI14 = (afgevlakte -DM14 ÷ afgevlakte TR14) × 100
    • DX = (|+DI14 − -DI14| ÷ (+DI14 + -DI14)) × 100
    • Eerste ADX14 = gemiddelde van de eerste 14 DX-waarden
    • Volgende ADX14 = ((vorige ADX14 × 13) + huidige DX) ÷ 14

    De afvlakking volgens Wilder lijkt op een exponentieel voortschrijdend gemiddelde: oudere waarden tellen steeds minder zwaar mee, maar verdwijnen nooit helemaal. Daardoor heeft de berekening veel historische data nodig om stabiel te worden. StockCharts noemt ongeveer 150 perioden; ADX-waarden op basis van slechts 30 perioden data komen niet overeen met waarden op basis van 150 perioden (bron: StockCharts ChartSchool). Dat verklaart waarom twee platforms soms net iets andere ADX-waarden tonen voor dezelfde grafiek.

    ADX vergeleken met RSI, MACD en moving averages

    De ADX meet iets anders dan de meeste bekende indicatoren. Een overzicht:

    IndicatorWat meet hij?Toont richting?Typische inzet
    ADXSterkte van de trendNee (wel via +DI en -DI)Bepalen of er een trend is
    RSIMomentum, overbought en oversoldIndirectInschatten of een beweging ver is doorgeschoten
    MACDMomentum en trendwijzigingen via twee exponentiële gemiddeldenJaVeranderingen in momentum volgen
    Moving averageGemiddelde koers over een periodeJaDe trend gladstrijken en zichtbaar maken
    Bollinger BandsBeweeglijkheid rond een gemiddeldeNeeBrede of smalle koersbandbreedte herkennen

    Omdat de ADX alleen trendsterkte meet, wordt hij vaak naast andere hulpmiddelen gebruikt. Een analist kan bijvoorbeeld met de ADX vaststellen of er een trend is, en met de MACD of een moving average kijken naar de richting en het momentum. Bij een lage ADX kiezen analisten eerder hulpmiddelen die bij zijwaartse markten passen, zoals Bollinger Bands. Wie trends wil volgen, vindt meer in ons artikel over trend trading.

    Beperkingen en risico's

    Zoals elke indicator heeft ook de ADX duidelijke beperkingen:

    • Vertraging (lagging): door de vele afvlakkingsstappen reageert de ADX traag. Een trend is vaak al een tijd gaande voordat de ADX hem bevestigt (bron: StockCharts ChartSchool).
    • Geen richting: de ADX zegt alleen iets over sterkte. Zonder +DI en -DI kun je een sterke daling en een sterke stijging niet uit elkaar houden.
    • Valse signalen: in zijwaartse markten kruisen +DI en -DI elkaar vaak, wat tot veel ruis leidt.
    • Instellingen beïnvloeden de uitkomst: een andere periode dan 14 levert andere waarden en andere drempelpassages op.
    • Geen voorspelling: de ADX beschrijft wat er in het verleden is gebeurd. Resultaten uit het verleden bieden geen zekerheid voor de toekomst.

    Wie een strategie op basis van indicatoren onderzoekt, kan die eerst toetsen op historische data. Lees daarvoor ons artikel over backtesting, inclusief de valkuilen ervan.

    Veelgestelde vragen

    Welke periode-instelling gebruik je voor de ADX?

    De standaardinstelling is 14 perioden, zoals Wilder aanraadde (bron: StockCharts). Analisten passen die soms aan, bijvoorbeeld voor beleggingen met een lage beweeglijkheid. Een kortere periode reageert sneller maar geeft meer ruis.

    Werkt de ADX ook voor crypto en forex?

    De berekening werkt voor elke markt met hoogste, laagste en slotkoersen, dus ook voor valuta en crypto. Wilder ontwikkelde de indicator oorspronkelijk voor grondstoffen. Of de vuistregels even bruikbaar zijn, hangt af van de beweeglijkheid van de markt.

    Wat betekent een ADX onder 20?

    Volgens de veelgebruikte vuistregel wijst een ADX onder 20 op een markt zonder duidelijke trend. Het is een richtlijn, geen harde grens.

    Is de ADX een leading of lagging indicator?

    De ADX is een lagging indicator. Door de afvlakking volgt hij de koersontwikkeling met vertraging.

    Wat is het verschil tussen ADX en DMI?

    De DMI is het geheel van +DI en -DI (en in veel platforms ook de ADX). De ADX is de lijn die daaruit de trendsterkte afleidt.

    Verder leren

    Wil je technische analyse stap voor stap leren, met oefeningen en uitleg over hoe indicatoren samenwerken? Bekijk dan de cursus technische analyse in ons educatieportaal.

    Educatief, geen beleggingsadvies. Beleggen kent risico's; je kunt geld verliezen. Hebben personeelsleden of Beleggingsinstituut een positie in een besproken aandeel, dan staat dat bij dat aandeel vermeld.

    Veelgestelde vragen

    Klaar om dit in de praktijk te brengen?

    Onze Strategie Training laat je zien hoe je deze kennis omzet in een werkbare beleggingsaanpak.

    Bekijk de Strategie Training