Kiyoh score

Kennisbank

Wat is een bankrun?

Er wordt gesproken over een bankrun wanneer een groot aantal klanten van een bank of andere financiële instelling hun geld gelijktijdig opnemen vanwege zorgen over de solvabiliteit van de bank. Vaak gaat het bij een bankrun van kwaad tot erger. Als er meer mensen hun geld opnemen, neemt de kans op wanbetaling van de bank toe. Daardoor gaan uiteindelijk nog meer mensen hun geld opnemen. In het ergste geval zal de bank hierdoor niet meer voldoende reserves hebben om alle mensen hun geld op te laten nemen. Een bankrun begrijpen Een bankrun vindt plaats wanneer een groot aantal mensen tegelijk hun geld opnemen bij een bank, omdat ze bang zijn dat de bank insolvabel wordt. Echter is het vaak zo dat een bankrun ontstaat als gevolg van paniek, in plaats van echte insolvabiliteit bij de bank. Een bankrun gedreven door paniek die uiteindelijk lijdt tot werkelijke insolvabiliteit, is een mooi voorbeeld van een selffulfilling prophecy. De bank loopt door alle opnames het risico in gebreken te blijven. Het kan beginnen als paniek, maar uiteindelijk ook echt leiden tot hetgeen waar iedereen bang voor is. De waarheid is namelijk dat de meeste banken niet zoveel contant geld in hun filialen beschikbaar hebben dat elke klant zijn geld op kan nemen. Ook hebben banken een vaste limiet voor hoeveel ze elke dag in hun kluis op kunnen slaan. Deze limieten worden vastgesteld op basis van behoefte en om veiligheidsredenen. Ook gelden er interne geldlimieten voor financiële instellingen. Het geld dat ze wel hebben op papier, wordt gebruikt om uit te lenen of het wordt geïnvesteerd in verschillende assets. Banken houden doorgaans maar een klein deel van hun deposito’s contant aan. Daarom moeten ze hun kasstromen vergroten om aan de opname-eisen van de klanten te kunnen voldoen. Een methode om dit te kunnen realiseren is door activa te verkopen, soms voor veel lagere prijzen dan wanneer er niet met spoed moet worden verkocht. Deze verliezen bij de verkoop van activa tegen lage prijzen kunnen er weer toe leiden dat de bank echt insolvabel wordt. Zo’n grote bankpaniek treedt op wanneer meerdere banken tegelijk dit scenario doormaken. Een geschiedenis van bankruns Tegenwoordig wordt er, als er over een bankrun gesproken wordt, vaak de associatie gemaakt met de Grote Depressie. Na de beurscrash van 1929 begonnen Amerikaanse spaarders in paniek te raken en zochten ze zekerheid in het aanhouden van fysiek geld. Het eerste geval van het falen van een bank als gevolg van massale opnames vond plaats in 1930 en Tennessee. Dit kennelijk kleine incident leidde toch tot een reeks opeenvolgende bankruns. Eerst in het zuiden en vervolgens door het hele land toen iedereen hoorde wat er gebeurde. Iedereen probeerde zijn deposito’s op te nemen voordat ze dachten hun spaargeld kwijt te raken. Dit kuddegedrag zorgde voor een neerwaartse spiraal waarin het proces alleen maar versnelde en tot meer bankruns leidde. Het ging van kwaad tot erger, want nu gingen de geruchten dat banken weigerden klanten hun geld terug te geven. Uiteraard zorgde dit voor nog meer paniek en onrust. De druppel was een bankier die door de bank was geadviseerd een bepaald aandeel niet te verkopen naar buiten liep en de mensen vertelde dat de bank zijn aandelen niet wilde verkopen. Dit leidde weer tot duizenden mensen die hun geld kwamen innen. In enkele uren trokken klanten voor meer dan $2.000.000 uit de bank. De opeenvolging van bankruns die zich voordeed in het begin van de jaren 30 zorgde voor een domino-effect. Het nieuws van een bankfaillissement zette mensen ertoe hun geld op te nemen. Een enkel faillissement leidde tot tal van bankruns verderop in het land. Destijds in Amerika hebben ze als reactie op deze bankruns verschillende regelgevingen opgesteld. Dit hebben ze gedaan om te voorkomen dat dit nog een keer zou gebeuren. Een onderdeel hiervan was de oprichting van de FDIC (Federal Deposit Insurance Corporation). Deze organisatie verzekerd spaarders tot $250.000 per bankinstelling. Hoe kan een bankrun voorkomen worden? Als reactie op al de bankruns van de jaren 30 zijn dus verschillende maatregelen getroffen. Allemaal om het risico op zulk soort gebeurtenissen te minimaliseren. Een van de belangrijkste was het instellen van reserveverplichtingen. Dit hield in dat banken een bepaald percentage van alle deposito’s contant aan moesten houden. Ook is er nog het FDIC opgericht. Deze instelling is opgericht met voornaamste reden de stabiliteit en het vertrouwen van de consument in het financiële systeem te behouden. Helaas worden hier alsnog niet alle problemen mee opgelost. Bij een dreiging van een bankrun is het van belang dat een bank een proactieve houding aanneemt. Hier een aantal voorbeelden van wat ze kunnen doen als het dreigt de verkeerde kant op te gaan. Vertraag het proces Wat banken kunnen doen is zorgen voor vertraging in het proces. Dit kunnen ze bijvoorbeeld doen door de bank te sluiten voor een bepaalde periode. Dit zorgt ervoor dat het voor mensen geen zin heeft om in de rij te gaan staan en hun geld op te gaan halen. Een voorbeeld uit de geschiedenis is Roosevelt die een feestdag uit riep in 1933, om voor de banken wat extra tijd te creëren. In deze tijd konden ze de insolvabiliteit van de bank verzekeren. Lenen Op het moment dat banken of andere financiële instellingen dreigen failliet te gaan kunnen ze ervoor kiezen te lenen bij andere banken of financiële instellingen. Deze kunnen voorkomen dat ze failliet gaan. Het verzekeren van deposito’s Als de consument weet dat zijn deposito’s zijn verzekerd door de overheid, zal dit doorgaans zorgen voor afname van de angstgevoelens. De FDIC in Amerika heeft hier al een hele tijd geleden een begin mee gemaakt. Doorgaans treden centrale banken pas op als allerlaatste redmiddel voor individuele banken tijdens tijden van crisis. De centrale banken zullen dan een lening verschaffen aan de individuele banken. Een stille bankrun Als we het over een bankrun hebben denken we vaak aan de lange rijen bij een pinautomaat waarbij iedereen op zijn beurt moet wachten tot hij of zij fysiek het geld kan opnemen. Tegenwoordig kan dit anders zijn. Je hoeft namelijk tegenwoordig niet altijd meer fysiek naar de pinautomaat om het geld op te nemen. De mogelijkheid om elektronisch geld op te nemen zorgt er voor dat je een zogenaamde stille bankrun kunt krijgen. Bij een stille bankrun gaan mensen dus ook massaal hun geld opnemen, maar niet fysiek naar een bank om geld op te nemen. Wat deze moderne technologie met zich meebrengt, is dat vanuit het oogpunt van een bank een bankrun een stuk bedreigender kan zijn. Veel dingen die voorheen het proces van een bankrun zouden kunnen vertragen, zoals lange rijen met mensen of het feit dat mensen hun opname alleen kunnen doen binnen de werkuren van de bank, zijn bij een stille bankrun niet meer van toepassing. Aan de andere kant is het zo dat deze technologie de bank ook ten goede kan komen. Doordat mensen niet meer fysiek naar de bank hoeven om het geld op te nemen, zien anderen ook niet zo gauw dat er eventueel een bankrun gaande is. Mensen zouden namelijk sneller hun geld opnemen als ze een grote rij zouden zien staan bij de bank.

10 Mar 2022 Lees verder

Wat is goodwill?

Goodwill is een immateriële asset die in verband ligt met de aankoop van een bedrijf door een ander bedrijf. Goodwill is voornamelijk het deel van de aankoopprijs dat hoger ligt dan de netto waarde van alle activa die wordt gekocht bij de overname en ook de daarbij behorende overgenomen verplichtingen. Bij voorbeelden van goodwill kun je denken aan de merknaam van een bedrijf, een sterk klantenbestand, goede relaties met de klant en gepatenteerde technologie.   Goodwill begrijpen Het proces om tot de berekening van goodwill te komen is in theorie vrij gemakkelijk. Echter is dit vaak in de praktijk een stuk lastiger. Om tot de formule te komen begin je met de aankoopprijs van een bedrijf. Van deze prijs trek je de netto reële waarde af van alle identificeerbare activa en passiva af. Door dit te doen kom je tot de volgende formule: Goodwill = P – (A+L) Daarbij: P = aankoopprijs van het bedrijf A = reële marktwaarde van de activa L = reële marktwaarde van verplichtingen   Wat zegt goodwill? Goodwill ontstaat meestal bij een overname, waarbij een overnemende partij een ander bedrijf koopt. Het bedrag dat de overnemende partij méér betaalt voor het bedrijf dat wordt overgenomen dan de waarde van de netto activa ervan, is meestal overeenkomstig met de waarde van de goodwill. Mocht het nu zo zijn dat de overnemende partij minder betaalt dan de boekwaarde van het bedrijf dat wordt overgenomen, dan levert dat een negatieve goodwill op. Dat is voor de overnemende partij dus niet negatief want die heeft een bedrijf aangekocht onder de boekwaarde ervan. Dat kunnen we zien als een aankoop in de uitverkoop. Goodwill wordt op de balans van de overnemende partij geboekt als immateriële activa onder de post van langetermijnactiva. Het wordt beschouwd als immateriële activa omdat het geen vaste activa is zoals een gebouw of apparatuur. Het is niet tastbaar en daarom immaterieel.   Controverses over de berekening van goodwill Er zijn onder accountants verschillende benaderingen met betrekking tot het bereken van goodwill. Dit komt omdat het voor accountants een soort ‘workaround’ is. Dit is zo omdat bij acquisities meestal rekening wordt gehouden met schattingen, schattingen van toekomstige kasstromen en andere overwegingen die op het moment van de acquisitie zelf nog niet bekend zijn. Doorgaans hoeft dit geen probleem te vormen, maar dit kan wel een probleem vormen op het moment dat accountants manieren zoeken om gerapporteerde activa of netto-inkomsten tussen verschillende bedrijven met elkaar te vergelijken; bijvoorbeeld bij het vergelijken van bedrijf A die anderen hebben overgenomen en bedrijf B die geen anderen bedrijven heeft overgenomen.   Bijzondere waardeverminderingen Bijzondere waardevermindering treden op bij activa wanneer de marktwaarde daalt naar minder dan de oorspronkelijke kostprijs ervan. Dit kan verschillende redenen hebben. Denk hierbij aan dalende kasstromen een toegenomen omgeving van concurrenten, een economische depressie en nog vele meer andere mogelijkheden. Bedrijven die beoordelen of een zo geheten bijzondere waardevermindering nodig is aan de hand van een test. Deze test wordt uitgevoerd op immateriële activa. Twee veelvoorkomende methodes die gebruikt worden voor zo een test voor bijzondere waardevermindering zijn de inkomensbenadering en de marktbenadering. Aan de hand van de inkomstenbenadering worden de geschatte toekomstige kasstromen verdisconteerd tot de constante waarde. Met de andere methode, de marktbenadering, worden zowel de activa als de passiva vergeleken en geanalyseerd met andere bedrijven uit dezelfde branche, die vergelijkbaar zijn met het bedrijf dat wordt getest. Als de verkregen netto-activa van een bedrijf dalen naar een waarde lager dan de originele boekwaarde of wanneer het bedrag aan goodwill te hoog is opgegeven, dan moet het bedrijf de waarde van de activa op de balans afwaarderen of afschrijven. Dit wordt gedaan nadat het bedrijf heeft vastgesteld dat de goodwill een bijzondere waardevermindering moet ondergaan. De bijzondere waardevermindering wordt berekend als het verschil tussen de actuele marktwaarde en de aankoopprijs van de immateriële activa. Deze bijzondere waardevermindering zal resulteren in een daling van de goodwill op de balans. Maar ook al de last worden opgenomen als verlies op de winst- en verliesrekening. Hierdoor zal het netto resultaat voor het jaar ook direct dalen. Door deze bijzondere waardedaling worden ook indirect de winsten per aandeel en de aandelenkoers van het bedrijf negatief beïnvloedt.   Goodwill tegenover andere immateriële activa Goodwill is niet helemaal hetzelfde als andere immateriële activa. Dit komt omdat het een premie is tijdens een transactie wordt betaald over de reële waarde. Het kan niet los worden gekocht of verkocht. Daartegenover zijn andere immateriële activa bijvoorbeeld licenties. Deze kunnen wel los worden verkocht of gekocht. Een ander verschil is dat goodwill in principe geen levensduur of looptijd heeft. Doorgaans hebben andere immateriële activa vaak wel een bepaalde levens- of gebruiksduur.   De beperkingen van het gebruik Het lastige is dat aan goodwill moeilijk een prijskaartje te hangen valt. Negatieve goodwill zou kunnen optreden wanneer de overnemende partij een bedrijf koopt onder de reële marktwaarde. Dit gebeurt doorgaans wanneer het bedrijf dat wordt overgenomen niet kan of wil onderhandelen over een eerlijke prijs voor de overname. Een negatieve goodwill treedt in de praktijk vaak op bij noodgedwongen verkopen. Hier wordt dan het positieve resultaat voor de overnemende partij (de negatieve goodwill) geboekt op de winst-en-verliesrekening als inkomsten. Ook bestaat het risico dat een bedrijf dat voorheen succesvol was, insolvabel wordt. Het kan zijn financiële verplichtingen niet meer nakomen. Als dit gebeurt brengen beleggers vaak goodwill in mindering bij de bepaling van het resterende eigen vermogen. De reden voor deze actie is dat er op het moment dat het bedrijf insolvabel wordt, de goodwill die het bedrijf voorheen genoot geen wederverkoopwaarde heeft.   Voorbeeld Neem nu eens bedrijf A. Bedrijf A heeft een reële waarde van de activa, minus de passiva, van €10 miljard. Stel nu dat het bedrijf wordt overgenomen voor €12 miljard. De premiewaarde is bij deze overname €2 miljard waard. Deze €2 miljard zal op de balans als goodwill van de overnemende partij worden opgenomen.   Hoe wordt goodwill gebruikt bij beleggen? Het evalueren en beoordelen van goodwill is voor veel beleggers een lastige, maar toch uitdagende taak. Wat lastig is, zoals eerder gezegd, dat het moeilijk is om er een prijskaartje aan te hangen. Het is een uitdaging om bij het lezen van de balans van een bedrijf te beoordelen of de waarde van de goodwill die het bedrijf beweert te hebben gerechtvaardigd is. Een bedrijf kan bijvoorbeeld stellen dat de goodwill die zij genoteerd hebben staan is gebaseerd op de naamsbekendheid en de klantloyaliteit van het bedrijf dat ze overgenomen hebben. Bij het analyseren van een balans zullen beleggers dus moeten onderzoeken waarop de waardering van goodwill is gebaseerd, om zo te bepalen of het in de toekomst mogelijk zal moeten worden afgeschreven. Ook kan het tegenovergestelde gebeuren. De werkelijke waarde van de goodwill is volgens de belegger hoger dan op de balans staat geboekt.

05 Jan 2022 Lees verder

Debt to equity

Wat is debt to equity? De debt to equity ratio geeft de verhoudingen weer tussen het vreemde vermogen van een bedrijf en de equity. Een bedrijf mag om te ondernemen geld lenen van een bank of andere partij. Dit geleende geld kan worden gebruikt voor een succesvolle investering waardoor het bedrijf harder kan groeien. Het kan ook voorkomen dat bedrijven te veel hebben geleend, dit in correlatie met slechte resultaten kan een probleem veroorzaken. Een bedrijf leent geld omdat het bedrijf ervan overtuigd is, dit geld terug te kunnen betalen. Er kan van alles gebeuren in de markt, denk nog even aan een black swan event.  Deze ontwikkelingen kunnen invloed hebben op de resultaten van een het bedrijf. Denk aan investeringen die niet genoeg opleveren, oplopende kosten, groeiende concurrentie of een verandering in de regelgeving die het ondernemen bemoeilijkt. Al deze ontwikkelingen binnen een markt kunnen ervoor zorgen dat een bedrijf geen of niet genoeg winst maakt. Bij het ondernemen weet iedere ondernemer dat er een reserve moet worden opgebouwd om bij tegenslagen alsnog aan de verplichtingen te kunnen voldoen. Deze reserves moeten zien te voorkomen dat er bij tegenslagen fors bezuinigd moet worden. Een bedrijf met onvoldoende kapitaal om haar verplichtingen na te kunnen komen, moet bij de eerste tegenslag al gaan bezuinigen. Een financieel gezond bedrijf kan ook bij een periode van minder resultaat haar verplichtingen nakomen. Om te kunnen ondernemen moeten rekeningen worden betaald. Hier vallen medewerkers onder die de daadwerkelijke dienst of het product maken. Het afbetalen van schulden  valt hier ook onder. Het geleende geld moet op een bepaald moment terugbetaald worden. Als een bedrijf niet in staat is dit geleende geld terug te betalen, kan het bedrijf failliet worden verklaard. Bij een faillissement wordt het vermogen verdeeld over de partijen waar nog schulden openstaan. Het vermogen wordt niet evenredig verdeeld over de schuldeisende partijen. Het ene bedrijf heeft voorrang en krijgt zijn geld terug, het andere bedrijf krijgt geen of slechts een gedeelte van het openstaande bedrag terug. Bij het verstrekken van een lening wil een bank inzicht hebben in hoeveel schulden een bedrijf heeft. Grote schulden betekent een grotere kans dat het bedrijf failliet gaat. Een bedrijf mag alleen een groot bedrag aan schulden hebben als daar tegenover voldoende equity staat. De debt to equity ratio geeft de verhouding weer van het vreemde en eigen vermogen. Een hoge debt to equity ratio betekent dat de kans groot is dat het bedrijf in de toekomst niet kan voldoen aan haar verplichtingen. De bank kan er alsnog voor kiezen om een bedrijf met een hoge debt to equity ratio geld uit te lenen. De bank loopt bij dit bedrijf meer risico dan bij een bedrijf met een gezonde debt to equity ratio. Door de stijging van het risico voor de bank moet dit gecompenseerd worden met een hogere vergoeding. Hoe groter de kans dat de bank het geld niet terugkrijgt, hoe hoger de rente. Debt to equity berekenen De debt to equity van een bedrijf kan berekend worden door het vreemde vermogen te delen door het eigen vermogen. Alle informatie om de debt to equity ratio te berekenen, is te vinden op de balans van een bedrijf. Balansen van bedrijven kunnen worden opgevraagd bij de kamer van koophandel. Om op de schulden van een bedrijf te komen moeten de kortlopende en langlopende schulden bij elkaar worden opgeteld. Er is geen bepaalde waarde bij de debt to equity ratio die als goed of slecht kan worden bestempeld. De hoeveelheid schulden ten opzichte van het eigen vermogen kan sterk verschillen per branche. Het beste is een zo laag mogelijke debt to equity ratio. De debt to equity ratio van een bedrijf kan wel worden vergeleken met die van haar concurrenten. In de meeste gevallen kan een debt to equity ratio met een waarde onder de 1 beschouwd worden als veilig. Voorbeeld: Het Beleggingsintituut heeft een lening aangevraagd van 50.000 euro. Het eigen vermogen van het bedrijf is 100.000 euro. Door de 50.000 euro te delen door de 100.000 kan de debt to equity worden berekend. De debt to equity ratio is in dit geval 0,5. Voor elke euro dat het bedrijf leent, staan er 2 euro eigen vermogen tegenover. Debt to equity niet waterdicht Over het algemeen zijn de langlopende schulden het grootst bij het bedrijf en zorgen voornamelijk deze langlopende schulden voor een hogere debt to equity ratio. De kortlopende schulden zijn bij de meeste bedrijven van een aanzienlijk minder grote omvang. Kortlopende schulden zijn schulden die binnen een jaar moeten worden afgelost. Alle schulden met een langere aflostermijn dan één jaar worden langlopende schulden genoemd. Een investeerder kan een vertekend beeld krijgen van de risico’s die hij loopt door deze debt to equity ratio. Als een investeerder op korte termijn wil beleggen in een bedrijf hoeven de langlopende schulden niet direct een risico te vormen voor de investeerder. De investeerder kan in dit geval gebruik maken van de cash ratio. Om de cash ratio te kunnen berekenen moeten de liquide middelen met de waarde van de voorraad gedeeld worden door de kortlopende schulden. Door deze cash ratio krijgt de investeerder een beeld of het bedrijf op korte termijn aan haar verplichtingen kan voldoen. De waarde van de uitkomst van deze cash ratio is weer sterk afhankelijk van de markt waarin het bedrijf actief is. Bij de meeste bedrijven is een cash ratio met minimaal een waarde van 0,5 wenselijk. De voorraad wordt in deze berekening meegenomen omdat deze in de meeste gevallen snel kan worden omgezet in liquide middelen. Het omzetten van voorraden in liquide middelen wordt ook wel de verkoop van producten genoemd. Met deze liquide middelen kunnen de kortlopende schulden worden betaald. Niet alle bedrijven kunnen hun voorraad snel omzetten in liquide middelen. Als deze bedrijven hun cash ratio gaan berekenen, kan dit een vertekend beeld geven van de werkelijkheid. Het bedrijf gaat er dan vanuit dat de kortlopende verplichtingen kunnen worden betaald door de huidige voorraad te verkopen. Deze kortlopende verplichtingen moeten binnen een jaar worden afgelost. Een bedrijf die de voorraad meeneemt in de berekening terwijl dit bedrijf er niet zeker van is dat deze voorraad gedurende dit jaar volledig verkocht gaat worden, geeft investeerders hierbij foutieve informatie. Bedrijven waarvan de voorraden niet snel verkocht worden kunnen beter gebruik maken van de quick ratio. De Quick ratio is te berekenen door de liquide middelen te delen door de kortlopende schulden. In dit artikel is in de voorbeelden telkens verwezen naar banken die hun geld terug willen. Wanneer is het voor een bank veilig om geld uit te lenen en wanneer niet? De debt to equity ratio wordt niet alleen gebruikt door banken maar ook door investeerders. Ook investeerders willen weten wat de bijkomende risico’s zijn. Als een bedrijf geen gezonde debt to equity ratio heeft, is het geen aantrekkelijke investeringsmogelijkheid vanwege de hoge risico’s. Wil je meer leren over risico’s bij het beleggen? Klik dan hier!

19 Oct 2021 Lees verder

Cost of equity

Wat is cost of equity? De cost of equity is het bedrag dat een onderneming moet betalen aan haar investeerders om ze tevreden te houden. Het aantrekken van equity is in de meeste gevallen duurder dan het aantrekken van vreemd vermogen. Het voordeel van deze equity is dat deze niet terugbetaald hoeft te worden. Als iemand in een bedrijf investeert kan deze persoon zolang het geld in de aandelen van dit bedrijf zit, het geld niet direct uitgeven. De investeerder loopt altijd het risico om het geïnvesteerde bedrag niet volledig terug te krijgen. Om deze reden wilt de investeerder in de meeste gevallen een vergoeding voor de investering. Deze vergoeding voor de investeerder wordt het dividend genoemd. Het dividend wordt beïnvloed door de gezondheid van een bedrijf. Als een bedrijf veel reserves heeft opgebouwd is de kans groter dat het mogelijke tegenvallers overleefd. Als een bedrijf zich in moeilijke tijden verkeerd wordt er bezuinigd op de winstuitkering genaamd dividend. Investeerders hebben liever een jaar minder dividend dan dat het bedrijf mogelijk failliet gaat. In geval van faillissement kan de gehele investering verloren gaan. Het verlagen van het dividend gaat gepaard met een dalende populariteit van het aandeel. Het uit te keren bedrag aan dividend kan toenemen als er meer risico genomen wordt. Een investeerder wilt voor meer risico een grotere vergoeding. De laatste optie waardoor het dividend kan toenemen is doordat het goed gaat in de markt en bedrijven moeten concurreren met elkaar om potentiële investeerders aan te trekken. Deze potentiële investeerders kunnen aangetrokken worden door het ophogen van het dividend. Ook de volwassenheidsfase waarin een bedrijf zich bevind speelt een rol in de hoogte van het dividend. Zie hier een instagram bericht met een verdere toelichting. Cost of equity berekenen Er zijn twee methodes om de cost of equity te berekenen. De eerste methode is het Dividend Kapitalisatie Model. Deze methode kan alleen gehanteerd worden bij bedrijven die dividend uitkeren aan haar aandeelhouders. Deze methode houdt geen rekening met de investeringsrisico’s. Het model genaamd de Capital Asset Pricing Model (CAPM) houdt wel rekening met de bijkomende risico’s. Dividend Kapitalisatie Model De cost of equity kan worden berekend door het dividend per aandeel voor het aankomende jaar te delen door de huidige aandelenkoers. Bij de uitkomst van deze som moet het dividendgroeipercentage nog worden opgeteld. Het dividend per aandeel wordt door bedrijven ruimschoots voor het moment van uitkeren aangekondigd. Dit bedrag is te vinden in de jaarrekening van het bedrijf. Om te achterhalen wat de huidige aandelenkoers is moet de beurs geraadpleegd worden. De dividendgroei is te berekenen door de huidige dividenduitkering te delen door die van het jaar ervoor. De uitkomst van deze som moet verminderd worden met 1 om op de dividendgroei te komen. Voorbeeld: Shell hanteert een dividend per aandeel van ongeveer 64 cent per aandeel. De huidige aandelenkoers van shell is 19,38 euro en het groeipercentagedividend is 4%. In dit voorbeeld is de cost of equity 7%. Capital Asset Pricing Model (CAPM) Bij het CAPM wordt de cost of equity berekend aan de hand van de bijkomende risico’s binnen de markt. Als investeerders in een bedrijf investeren wordt er het risico gelopen dat de investering niks of zelfs verlies oplevert. Het spreekt voor zich dat investeringen met meer risico in de meeste gevallen ook een hoger rendement potentieel hebben. De cost of equity kan met de volgende formule berekend worden. Het risicovrije rendement wordt als startpunt genomen in de berekening. In de praktijk is geen enkele investering geheel zonder risico’s, maar in deze formule worden deze risico’s verwaarloosd. Het risicovrije rendement is het minimale rendement dat een investeerder mag opleveren terwijl er geen risico aan verbonden zijn. In de meeste gevallen wordt het rendement op een kortlopende obligatie gehanteerd. De kans dat een gehele staat op korte termijn niet in staat is haar schulden af te betalen is minimaal. Door het lage risico wordt er in dit geval gezegd; bij geen risico wordt er een bepaald percentage aan rendement gerealiseerd. Het rendement dat wordt gerealiseerd op een kortlopende obligatie symboliseert het risicovrije rendement. Het marktrendement is het rendement dat de markt realiseert waarin het aandeel zich bevind. In de meeste gevallen wordt in de berekening een gemiddelde genomen van het marktrendement van de afgelopen jaren. Door het risicovrije rendement van het marktrendement af te trekken krijgt de investeerder een duidelijk beeld van hoeveel het lopen van risico hem uiteindelijk zou kunnen opleveren. Voorbeeld: Een investeerder kan zonder risico te lopen 3% rendement behalen door het kopen van obligaties. Als er zich een investeringsmogelijkheid voordoet waarin maar liefst 12% rendement gerealiseerd kan worden, moet de 3% er wel afgetrokken worden. Deze 3 procent kon namelijk behaald worden zonder risico te lopen. Deze 12% kan gerealiseerd worden doordat er risico gelopen wordt. Maar door het lopen van risico wordt er geen 12% rendement gerealiseerd, maar slechts 9%, omdat er al 3% gerealiseerd kon worden zonder het lopen van risico. Dus door het verminderen van het markrendement met het risicovrije rendement krijgt de investeerder een duidelijk beeld van hoeveel het lopen van het risico hem daadwerkelijk oplevert. De Bèta geeft weer hoeveel risico de belegging vormt vergeleken met de gehele markt. Bij een bèta van 1 is de belegging gecorreleerd aan de markt waarmee de belegging vergeleken wordt. Dit betekent dat de investering niet veel zal afwijken van de beweging van de markt. Dit kan worden beschouwd als een investeringsmogelijkheid met een relatief laag risico. Bij een Bèta boven de 1 betekent dit dat de belegging volatieler is dan de markt. Als de markt stijgt, stijgt het aandeel dus nog harder. Bij een daling van de markt, daalt het aandeel nog harder. Als de Bèta zich onder de 1 bevindt, betekend dit dat het aandeel minder volatiel is dan de markt. Door dit aandeel toe te voegen aan de portefeuille wordt het risico binnen de portefeuille verlaagt. Bij een getal onder de 0 doet het aandeel het tegenovergestelde van wat de markt doet. De bèta kan worden berekend door middel van de volgende formule; Covariantie = verandering in de gehele markt vergeleken met de veranderingen van het aandeel. Variatie = spreiding van de waarde van de markt als uiterste van het gemiddelde. Deze bèta berekening kan een belegger inzicht geven in hoe volatiel de markt is en hoe riskant een aandeel is ten opzichte van de rest van de markt. Een aandeel dat niet veel risico toevoegt aan de portefeuille vergroot ook niet het potentieel op rendement. Het is nu duidelijk dat investeren risico’s met zich mee brengt, en dat niet iedere investering even risicovol is. Wil jij meer leren over rendement maken met minimale risico’s? bekijk dan de educatie beleggen van het Beleggingsinstituut.  

19 Oct 2021 Lees verder

Jaarcijfers

Jaarcijfers De belangrijkste informatie die een beursgenoteerd bedrijf naar buiten brengt, zijn jaarcijfers. Waar de kwartaalrapportages vaak redelijk beknopt zijn, zijn de jaarcijfers veel uitgebreider. In de jaardocumentatie is onder andere terug te vinden: de balans van het bedrijf, resultatenrekening, kasstroomoverzicht en worden de diverse onderdelen toegelicht. In de balans is terug te vinden hoe de onderneming zich financiert en waar de financiering voor gebruikt is en de omvang van de onderneming. In de resultatenrekening is te zien wat de omzet is geweest en welke kosten zijn gemaakt om deze omzet te maken. Onderaan de streep is dan ook het bedrijfsresultaat te zien. In het kasstroomoverzicht is te zien hoe de inkomsten en uitgaven zijn verlopen. Prestaties Op basis van deze informatie kan men vele berekeningen maken om de prestaties van het bedrijf te meten met die van bedrijven uit dezelfde sector of uit dezelfde index. Ook worden koppelingen gemaakt tussen bedrijfsresultaten en de beurskoers om op die manier te bepalen of een aandeel onder- of overgewaardeerd is. Voor beleggers die op basis van fundamentele analyse beleggen, zijn de jaarcijfers (maar ook kwartaalcijfers) een grote bron van informatie. Uit de jaarcijfers blijkt duidelijk de hoe het bedrijf gepresteerd heeft en dus in hoeverre een bedrijf is geraakt door macro-economische of sectorale ontwikkelingen. Publiceren wettelijk verplicht Het publiceren van de cijfers is wettelijk verplicht, zodat aandeelhouders op hoogte worden gehouden van de jaarlijkse prestaties van een onderneming. Daarnaast moeten de cijfers goedgekeurd worden. Dit gaat via de jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA). Op de AVA wordt ook dividend vastgesteld, bestuurders benoemd en de statuten goedgekeurd. Jaarcijfers worden niet enkel door beursgenoteerde bedrijven gepubliceerd, vrijwel alle bedrijven zijn verplicht jaarlijks hun jaarcijfers te deponeren bij de Kamer van Koophandel. Echter, kleinere bedrijven zijn vaak vrijgesteld van uitgebreide financiële rapportages en soms is dan een fiscaal verslag voldoende.

09 Mar 2017 Lees verder

Kwartaalcijfers

Kwartaalcijfers Veel beursgenoteerde bedrijven publiceren niet alleen jaarcijfers, maar ook kwartaalcijfers. De kwartaalcijfers beslaan de financiële prestaties van het voorgaande kwartaal en wordt er een verwachting uitgesproken over het resterende jaar. In de kwartaalcijfers zijn doorgaans omzet, afzet, liquiditeitsontwikkelingen, cashflow, etc. opgenomen. Vaak publiceren veel bedrijven rond dezelfde periode kwartaalcijfers. Dit wordt het cijferseizoen genoemd. Beursgenoteerde bedrijven zijn verplicht om zowel jaar- en kwartaalcijfers. Daarnaast is voor aandeelhouders nuttig om kwartaalcijfers te hebben. In een besloten vennootschap zijn er doorgaans maar een beperkt aantal aandeelhouders, die ook vaak een rol hebben binnen de organisatie en dus goed op de hoogte zijn, weten zij waarschijnlijk hoe het bedrijf ervoor staat. Beursgenoteerde bedrijven hebben heel veel verschillende aandeelhouders, die meestal geen rol hebben binnen de onderneming. Om ze toch financieel op de hoogte te houden, leveren die ondernemingen dus kwartaalrapportages. Analyseren Bij het analyseren van kwartaalcijfers is het belangrijk om in gedachte te houden dat seizoensinvloeden enorm kunnen zijn. Daarom kan ene kwartaal met het kwartaal daarvoor vergelijken zinloos zijn. Daarom vergelijken mensen kwartaalcijfers vaak met de cijfers van hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Omdat dan de seizoen omstandigheden vergelijkbaar zijn. Bedrijven kiezen er soms voor om geen cijfers te geven, maar een slechts een update over de gang van zaken. Hierbij zeggen zij bijvoorbeeld dingen als “de omzet is beter dan verwacht” of de “kosten zijn hoger dan verwacht”. Zij geven dus een indicatie over het reilen en zeilen van de onderneming, zonder harde cijfers te publiceren. Er wordt in de politiek gesproken over het schrappen van de verplichting om kwartaalcijfers te publiceren. Vooralsnog zijn er weinig bedrijven die dan ook daadwerkelijk zullen stoppen met het publiceren van kwartaalcijfers. Enkel het bedrijf Aalberts heeft te kennen gegeven dat zij dan ook zullen stoppen met publicatie. Er is ook kritiek op dit voorstel, met name vanuit de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) komt er stevige kritiek. Zij pleiten voor meer transparantie en vinden het schrappen van publicatieplicht een slechte zaak. Cijfers worden veel al door fundamentele beleggers gebruikt, dit wordt ook wel fundamentele analyse genoemd.

09 Mar 2017 Lees verder

Fundamentele analyse

Fundamentele analyse   Er zijn twee analysemethoden op het gebied van beleggen: technische analyse en fundamentele analyse. Technische analyse wordt meer voor de korte termijn gebruikt en als timingshulpmiddel, fundamentele analyse meer voor de langer termijn gebruikt en om te bepalen waarin er belegd moet worden. Bij fundamentele analyse wordt gekeken of een bepaalde financiële waarde in toekomst een goed rendement zou kunnen opleveren, gegeven de macro-economische omgeving en ontwikkeling van onder meer het bedrijf, de grondstof en de valuta. Macro-economische ontwikkelingen zijn ontwikkelingen in de economie waaraan iedereen onderhevig is, maar waarbij individuen vrijwel geen invloed kunnen uitoefenen. Voorbeelden zijn bijvoorbeeld inflatie, economische groei, internationale kapitaalstromen en werkloosheid. Er is geen uitputtende lijst te geven. Beleggingsanalisten mede op basis van ontwikkelingen op deze gebieden proberen een verwachting te formuleren voor een bepaalde financiële waarde. Financieel product Daarnaast wordt er naar financieel product zelf gekeken. Met name bij producten waaraan een bedrijf verbonden is en waarbij de koers enige samenhang heeft met de koersontwikkeling, zoals een aandeel. Een aantal zaken waar een beleggingsanalist naar zal kijken is: financiële data (jaarcijfers, kwartaalcijfers, omzetontwikkelingen, koers/winst-verhouding), strategie van het bedrijf en ontwikkeling van het marktaandeel. Niet eenvoudig Fundamentele analyse is niet eenvoudig en tijdrovend. Voor een particulier is fundamentele analyse zelf vrijwel niet uit te voeren. Het vergt kennis en toegang tot veel informatie. Banken hebben afdelingen voor dit soort onderzoek, waar professionals de hele dag onderzoek doen naar aandelen en macro-economische ontwikkelingen. Een ander kritiekpunt is de vrij hoge mate van subjectiviteit. Het is mensen werk die allemaal op een andere manier naar data kijken. De een vindt omzetontwikkeling belangrijk, de ander kijkt weer meer naar hoeveel winst er wordt behaald en een ander kijkt veel meer naar hoe de beurskoers zich verhoudt tot de winst. Men zegt daarom wel tien analisten, elf meningen. De uitwerking? Ook is het moeilijk in te schatten welke uitwerkingen fundamentele ontwikkelingen zullen hebben op de beurskoers van een financieel product, of wanneer dezen effect zullen hebben, of überhaupt effect hebben. Fundamentele analyse gaat ervan uit de economie en de financiële markten rationeel handelen. Echter, veel onderzoek heeft aangetoond dat dit zeker niet het geval is. Daarom kan een analist gelijk hebben, maar de markt geeft hem het gelijk niet. Hoe vervelend dat ook is, de markt heeft altijd gelijk. Voorspellende waarde Het is zelfs bij fundamentele analyse nooit uit te gaan van een of slechts enkele maatstaven bij het selecteren van een aandeel. De kwaliteit van de voorspellende waarde van fundamentele analyse zijn de afgelopen jaren veelvuldig onderzocht. Uit onderzoeken bleek dat de koers- winstverhouding, die beleggers moet helpen dure aandelen te vermijden, weliswaar handig is maar toch niet meer is dan een toch ruwe maatstafnorm om goedkope van dure aandelen te onderscheiden. Uit onderzoek bleek dat lage kw-aandelen betreft doen dan hoge kw-aandelen. Voor individuele aandelen is een lage kw weer niet meteen een succesgarantie. Rendement op eigen vermogen REV, rendement op het eigen vermogen, geeft aan hoeveel rendement een onderneming kan persen uit het kapitaal dat ingelegd is door beleggers. Onderzoek wees uit dat het verband tussen REV en het beursrendement zwak is. Dan bleken koers-winstverhouding, koers-boekwaarde en dividendrendement een veel sterker verband. Ook zaken als volatiliteit, de analistenrapporten en adviezen, Economic Value Added (EVA) de al eerder genoemde koers-boekwaarde ratio. Verder kennen we nog maatstaven als het PEG-ratio, EV/EBITDA en de G-score. De G-score De G-score is een analysemethode om uit een groep populaire aandelen de waardebeleggingen te scheiden van zogenaamde eeuwige beloften. Uit onderzoek bleek dat de G-score checklist- een lijst met acht vragen- handig is voor beleggers die op zoek zijn naar groeiaandelen. In de praktijk bleek de G-score weliswaar in staat om je te behoeden voor het maken van grote uitglijders, maar dat het niet in staat is bij wijze van spreken een nieuwe Amazon aan te wijzen. Tot een van de maatstaven van een fundamentele analyse behoort ook de koers-omzet-ratio. Dit is een kengetal dat aangeeft welke waarde de markt toekent aan een gerealiseerde omzet, te berekenen als de koers van een aandeel gedeeld door de omzet per aandeel. Gebleken is dat deze ratio niet meer die ratio is van vroeger, maar nog wel nuttig kan zijn zeker om te waarschuwen voor opgeblazen fantasieaandelen. De ratio is buitengewoon nuttig als je die gebruikt in combinatie met de koers-boekwaarde, de koers-winst en de koers kasstroomverhouding. Als maatstaven worden verder nog pay-out ratio, earnings power value, yield on cost, het orderboek, putt-call-ratio, insider trading, earnings yield en rendement op het research capital gebruikt. In de lijst van beurssignalen hoort ook Twitter thuis, Twitter is namelijk nog steeds de snelste nieuwsbron ter wereld. Is Osama Bin Laden dood of wordt een land getroffen dor een tsunami? Twitter heeft het als eerste.  Beleggers zien Twitter weliswaar nog niet als heel erg betrouwbaar als het gaat om voorspellingen, Twitter is echter ondertussen echter wel al uitgegroeid tot een hele belangrijk medium op de financiële markten. En als de voortekenen niet bedriegen zet die tendens ook de komende jaren nog door. Twitter is daarmee overigens de enige binnen de groeiende sociale media die een rol speelt op de beurs.     Het Beleggingsinstituut leert beleggers gezond rendement maken met beperkt risico. Dit doen wij via ons online coachingsprogramma en met behulp van persoonlijke trainingen. Bekijk nu ons aanbod hier.

09 Mar 2017 Lees verder

Kennispartners