Rendement op obligaties kun je in tweeën opdelen. Zo kan rendement gehaald worden op de aankoopprijs ten opzichte van de nominale waarde van een obligatie. Dit wordt het aflossingsrendement op obligaties genoemd. Tweede deel van rendement op obligaties is het couponrendement. Bij couponrendement wordt elk jaar gekeken hoeveel coupon verdiend wordt afgezet tegen de aankoopprijs van de obligatie. Beide onderdelen lichten we ter verduidelijking toe aan de hand van een voorbeeld.

Een 10-jaars Nederlandse staatsobligatie geeft 1% coupon met een nominale waarde van €1.000. De obligatie is uitgegeven in 2012, wat betekent dat deze anno 2016 nog zes jaar te gaan heeft. Stel dat de koers van deze obligatie 80 is, wat betekent dat deze obligatie €800 kost. stel: een beleggers wilt obligaties kopen en deze de komende zes jaar behouden totdat de obligatie wordt afgelost dan behaald de belegger een resultaat van €200. Dat betekent per jaar ongeveer €33 per jaar. Dan is het aflossingsrendement per jaar 4,2%.

Rendement op obligaties: redelijk zeker inkomen

Behalve het aflossingsrendement (zie boven) wordt door de belegger ook rendement op couponbetalingen behaald. De belegger krijgt de komende zes jaar tien euro per jaar, een procent van duizend euro. Per jaar haalt de belegger een couponrendement van 1,25 procent namelijk tien euro en achthonderd euro. In totaal behaalt de belegger dus een rendement van 5,45 procent per jaar op dezelfde obligatie. Obligaties bieden een redelijk zeker inkomen, uiteraard wel afhankelijk van de kredietwaardigheid van de uitgever. Daarom zijn ze zeer bruikbaar voor mensen die hun inkomen halen uit hun beleggingen. Vaak ook mensen die met het geld hun pensioen aanvullen. Om dit te bewerkstelligen, wordt vaak een zogenaamde dakpanconstructie gebruikt. Met een dakpanconstructie kan er stabiel rendement op obligaties worden gemaakt.

rendement op obligaties

Dakpanconstructie

Bij een dakpanconstructie kiest men een bepaalde looptijd uit, bijvoorbeeld vijf jaar. De belegger stelt zichzelf een doel en wil over vijf jaar een vrij stabiel rendement uit de beleggingen halen om zijn pensioen zo aan te vullen. De belegger koopt ieder jaar een 5-jaars obligatie. Tegen de tijd dat de belegger met pensioen gaat zal ieder jaar een obligatie worden afgelost en zullen de overgebleven obligaties coupon uitkeren. Uiteraard kan de belegger doorgaan met ieder jaar weer een obligatie aanschaffen, maar dan zal hij nooit volledig gebruik kunnen maken van het inkomen dat vergaard wordt uit de verlopen obligatie, omdat dat weer in de nieuwe obligatie moet worden gestoken.

Obligaties 2019

Wie in 2019 het effectief rendement wil berekenen op obligaties, moet vooral kijken naar het effectieve rendement van de investering en niet alleen naar de nominale couponrente. Rendement bij aankoop van een obligatie is een momentopname. Het effectief rendement houdt rekening met de resterende looptijd van de lening en dus het resultaat dat u maakt zolang u de obligatie bewaart. Het effectieve rendement maakt het mogelijk om verschillende obligaties met elkaar te vergelijken. Op zoek naar obligaties met het hoogste effectief rendement en effectieve rente.

Perpetuele obligaties

Er zijn overigens ook obligaties die eeuwig duren. Deze obligaties worden ook wel perpetuele obligaties genoemd. Als het over obligaties en leningen gaat dan is het een gegeven dat de koers gedurende de looptijd zal wijzigen en dus ook meteen het rendement voor de lener. Zeker is echter dat de obligatie aan het eind van de looptijd wordt afgelost, mits een obligatie dus bijvoorbeeld eeuwigdurend is of er sprake is van faillissement. Wat betreft het rendement van obligaties ben je afhankelijk van meer zaken als bijvoorbeeld een stijgende marktrente, die leiden tot een lagere koers. U koopt immers ook liever een obligatie voor dezelfde prijs met een hogere couponrente. Verkoop je dan, dan kun je dus spreken van koersverlies. Het effect van een rente die oploopt is groter op een obligatie met een wat lagere looptijd.

Actieve belegger

De echt actieve belegger kiest vaak ook eerder voor een obligatie met een kortere looptijd of voor obligaties waarvan duidelijk is dat ze zijn ondergewaardeerd. Bedrijfsobligaties zijn een typisch voorbeeld van dergelijke ondergewaardeerde obligaties. De actieve belegger maakt  bij ondergewaardeerde obligaties gebruik van tussentijdse koerswinst. Echte speculant houdt in dit kader ook Europese Unie landen die wat in de problemen gekomen zijn scherp in de gaten. De meer defensief ingestelde belegger kiest veel eerder voor zekerheid en koopt dus obligaties bij voorkeur bij uitgifte en ‘zit de hele rit’ gewoon uit.

Zijn Obligaties veilig?

Duidelijk is dat het rendement van de dag geen goede tool is om obligaties en het rendement goed met elkaar te vergelijken. Een tool die dit wel heel goed mogelijk maakt is het zogenaamde effectieve rendement, dat rekening houdt met de investering bij aankoop, de nominale waarde aan het einde van de looptijd en de couponrente. Concluderend kan gesteld worden dat obligaties als veilig beschouwd kunnen worden en daarom zitten obligaties ook in zoveel beleggingsportefeuilles. Niet zelden worden obligaties zelfs gekocht om andere, meer risicovolle beleggingen wat te compenseren. Het is altijd zeer verstandig om voor de aankoop van een obligatie het effectieve rendement te bepalen, waarbij de resterende looptijd van een lening natuurlijk ook een grote rol speelt. Met obligaties is nog steeds een hoog rendement te halen zeker bij koersstijgingen door lage marktrente. Klik hier voor meer informatie over de risico’s van obligaties.