Wat is At The Money (ATM)?

At the money (ATM) is een situatie waarin de uitoefenprijs van een optie identiek is aan de prijs van de onderliggende waarde. Zowel call- als put-opties kunnen tegelijkertijd ATM zijn. Als XYZ-aandelen bijvoorbeeld worden verhandeld tegen €75, dan is de XYZ 75-calloptie at the money en ook de XYZ 75-putoptie is at the money. Een at the money optie heeft geen intrinsieke waarde, maar kan wel een tijdswaarde hebben voordat deze vervalt. De handel in opties is doorgaans hoog wanneer opties ATM zijn.

At the money begrijpen

At the money is een van de drie termen die worden gebruikt om de relatie te beschrijven tussen de uitoefenprijs van een optie en de prijs van de onderliggende waarde. Opties kunnen in the money (ITM), out the money (OTM) of at the money. ITM betekent dat de optie intrinsieke waarde heeft. OTM betekent dat de optie geen intrinsieke waarde heeft. Simpel gezegd, bij at the money opties zijn ze niet in staat om te profiteren als ze worden uitgeoefend, maar ze hebben nog steeds waarde omdat er nog tijd is voordat ze vervallen, zodat ze mogelijk toch in the money terechtkomen.

De intrinsieke waarde van een call-optie wordt berekend door de uitoefenprijs af te trekken van de huidige prijs van het onderliggende effect. De intrinsieke waarde voor een putoptie wordt berekend door de huidige prijs van de onderliggende waarde af te trekken van de uitoefenprijs. Een call-optie is in the money wanneer de uitoefenprijs van de optie lager is dan de huidige prijs van het onderliggende effect. Omgekeerd is een putoptie in the money wanneer de uitoefenprijs van de optie hoger is dan de aandelenkoers van het onderliggende effect. Een call-optie is out of the money wanneer de uitoefenprijs hoger is dan de huidige onderliggende waarde van het effect. Een putoptie is out of the money wanneer de uitoefenprijs lager is dan de huidige prijs van de onderliggende waarde.

at the money

At The Money en Near The Money

De term “Near the money” wordt soms gebruikt om een ​​optie te omschrijven die binnen 50 cent ligt als het aandeel at the money is. Stel bijvoorbeeld dat een belegger een calloptie koopt met een uitoefenprijs van €50,50 en dat de onderliggende aandelenkoers wordt verhandeld tegen €50. De call-optie zou Near the money zijn. De optie zou near the money zijn als de onderliggende aandelenkoers in dit geval tussen ongeveer €49,50 en €50,50 zou worden verhandeld. Near the money en at the money opties zijn aantrekkelijk wanneer handelaren grote bewegingen verwachten.

 Optieprijzen voor At The Money-opties

De prijs van een optie bestaat uit intrinsieke en extrinsieke waarde. Extrinsieke waarde wordt soms tijdwaarde genoemd, maar tijd is niet de enige factor waarmee rekening moet worden gehouden bij het handelen in opties. Impliciete volatiliteit speelt ook een belangrijke rol bij de prijsbepaling van opties.

Net als bij OTM-opties hebben ATM-opties alleen extrinsieke waarde, omdat ze geen intrinsieke waarde hebben. Stel bijvoorbeeld dat een belegger een ATM-calloptie koopt met een uitoefenprijs van €25 voor een prijs van 50 cent. De extrinsieke waarde komt overeen met 50 cent en wordt grotendeels beïnvloed door het verstrijken van de tijd en veranderingen in de impliciete volatiliteit. Ervan uitgaande dat de volatiliteit en de prijs stabiel blijven, hoe dichter de optie afloopt, hoe minder extrinsieke waarde deze heeft. Als de prijs van de onderliggende waarde boven de uitoefenprijs komt, naar €27, heeft de optie nu €2 intrinsieke waarde, plus de extrinsieke waarde die overblijft.