Derivaten

Derivaten worden ook wel ‘afgeleide producten’ genoemd. Derivaten vertegenwoordigen geen directe contante waarde, maar ze ontlenen hun waarde aan de waarde van een ander product zoals obligaties, wisselkoersen, aandelen (oftewel: de onderliggende waarde). Een aandeel is dus geen derivaat, maar een optie op een aandeel wel. Derivaten worden gebruikt om risico’s af te dekken of om te speculeren.

De koeienboer

Als voorbeeld kan je een boer nemen die koeien heeft. Stel de boer heeft tien koeien en wil die over een jaar verkopen. Het kost de boer €30 per koe om ze te verzorgen het komende jaar. De koeienboer kan niet in de toekomst kijken en weet niet wat de marktprijs per koe zal zijn over een jaar. Misschien breekt er wel de gekkekoeienziekte uit en daalt de waarde. Om zijn risico’s in te dammen en om zeker te zijn van winst, gaat hij een contract aan met een koper via een broker. Ze spreken af dat hij over een jaar zijn koeien verkoopt voor de afgesproken prijs van €100 per koe ongeacht wat de marktprijs dan is. Dit betekent dat hij per koe €70 winst maakt. Hij dekt hiermee het risico af dat de marktprijs daalt en hij misschien wel verlies zou draaien.

De koper speculeert dat de gekkekoeienziekte niet uitbreekt en dat de marktprijs misschien wel zal stijgen naar €200 per koe. Dat betekent dat hij de koeien over een jaar voor €100 per koe kan kopen en zelf weer kan doorverkopen voor €200 en daarmee zelf een winst maakt van €100 per koe.

Maar wat als de koper het mist heeft? Het kan ook zo zijn dat de gekkekoeienziekte wel uitbreekt en de marktprijs van de koeien daalt naar €20 per koe. Dat betekent dat de koper alsnog €100 per koe moet betalen en zelf de koeien maar kan verkopen voor de marktprijs van €20 per koe.  Daarmee maakt de koper een verlies van €80 per koe. Oftewel een verlies van €800 op een investering van €1000.

Gelukkig kan je als koper ervoor zorgen dat je verlies niet te groot is. Dit kan middels een stop loss. Dit betekent dat als het verlies van de koper beneden een afgesproken niveau dreigt te komen, de broker het contract verkoopt aan een andere partij. In het voorbeeld van de koeien werkt dit als volgt. De koper en broker spreker een stop loss niveau van €50 euro per koe af. Als de marktwaarde van de koe dit niveau bereikt, eindigt het contract met de broker. De broker verkoopt het contract van €100 per koe aan een andere partij en de koper heeft zijn verlies beperkt tot €50 per koe. Hiermee heeft hij zijn risico beperkt.

Waar worden derivaten verhandeld?

derivaten

De handel in derivaten vindt plaats op de beurs of On The Counter (OTC). OTC betekent dat bedrijven onderling derivaten met elkaar verhandelen, er zit dan geen financiële instelling tussen. Handelen op de beurs heeft als voordeel dat het voor de belegger veel overzichtelijker is. Het schept ook meer zekerheid omdat de financiële instellingen garant staan voor de derivaten.

Soorten derivaten
Er zijn verschillende soorten derivaten die op de beurs worden verhandeld. De vijf bekendste derivaten zijn:

  • Opties
    Een optie geeft de belegger het recht om de onderliggende waarden tegen een van tevoren vastgestelde prijs te kopen of verkopen. De datum waarom het recht kan worden uitgeoefend is ook vastgesteld. Opties zijn in te delen in twee verschillenden soorten: callopties en putopties. Callopties geven de belegger het recht om te kopen en putopties geven het recht om een bepaalde onderliggende waarde te verkopen.
  • Futures
    Dit is een termijncontract waarbij de koper en de verkoper vooraf een tijdstip en een prijs afspreken waartegen het onderliggende financiële product wordt geleverd. Deze derivaat lijkt veel op een optie. Het grootste verschil is dat futures onderling verkocht mogen worden. Een belegger kan, bijvoorbeeld, een bepaalde prijs afspreken om een aandeel te kopen (een calloptie), maar kan dit derivaat voor het verstrijken van de uiterste datum weer verhandelen. Dit zorgt voor meer ruimte bij eventuele verliezen.
  • CFD’s
    CFD staat voor Contract For Difference. Het is een contract waarbij de koper en de verkoper afspreken om het verschil te betalen of ontvangen tussen de actuele prijs van de onderliggende waarde en de prijs van wanneer het contract wordt afgesloten.
  • Swaps
    Een renteswap wordt vaak gebruikt als bescherming tegen sterk fluctuerende rentekosten. Een belegger kan zijn eigen variabele rente ruilen met een partij met een vergelijkbare rentelast die vast staat. De waarde van de swap hangt af van de rentestand. Als bedrijf kan je een zogenaamde ‘swaption’ afsluiten. Dit is een soort voorcontract waarin beide partijen vastleggen in de toekomst een swap af te sluiten.
  • Caps en Floors
    Dit zijn derivaten waarbij de rente binnen een bandbreedte bepaald kan worden. De partijen door wie de derivaten worden uitgegeven, betalen bij zodra de rente buiten de afgesproken bandbreedte loopt. Deze derivaten worden vaak door corporaties gebruikt.

Risico’s van derivaten
Derivaten kennen een hoop voordelen, maar nemen ook de nodige risico’s met zich mee. Een aantal van de meest belangrijke risico’s zijn:

  • Hefboomwerking
    Een kleine koersschommeling in de onderliggende waarde kan door hefboomwerking zorgen voor een grote waardeverandering van het derivaat. Technisch gezien kunnen verliezen vaak zelfs onbeperkt oplopen. Hier tegenover staat natuurlijk dat met derivaten een enorme winst behaalt kan worden.
  • Counterparty risk
    Dit is een risico die voornamelijk bij OTC-transacties voorkomt. Als de tegenpartij van de derivatentransactie failliet gaat, staat de belegger net als andere schuldeisers in de rij bij het bedrijf om het geld terug te krijgen. Vaak zijn weinig bezittingen over om schulden terug te betalen. Hierdoor zal de belegger niet de volledige waarde ontvangen.
  • Marktrisico
    De marktwaarde van een derivaat is gebaseerd op de koers van de onderliggende waarde. Derivaten op zich hebben geen contante waarde. Blijkt dat de waarde van het onderliggende product te hoog is ingeschat, dan leidt dit tot een grote afwaardering op de positie van het derivaat.

Rentederivaten
Rentederivaten worden vaak gebruikt om de lage rentestand van dat moment zo lang mogelijk vast te zetten. Veel bedrijven maken daarom gebruik van rentederivaten. Er zijn meerder redenen waarom rentederivaten worden gebruikt:Risicobeheersing

  • De risico’s van een bedrijf kunnen door het afsluiten van een rentederivaat behoorlijk worden ingedamd. De rentekosten van de komende jaren kunnen inzichtelijk worden gemaakt. Bij het opstellen van offertes voor grote projecten kan het ook een risico’s indammen. Mocht een offerte tot opdracht promoveren, dan wordt het bedrijf niet verrast door een plotselinge renteverandering.
  • Kostenbesparing
    Met een rentederivaat is het bedrijft afgedekt voor het geval de rente opeens gaat stijgen, maar kan het wel genieten van de huidige, lage rente. Op die manier kan veel geld bespaard worden.
  • Flexibiliteit

Elke euro kan maar een keer ingezet worden. Wanneer een opdracht niet doorgaat, is het zonde om het daarvoor gereserveerde werkkapitaal vast blijft zitten in een afgesloten lening. Voor het bedrijf is het prettig de lening direct weer op te zeggen, zodat het bedrijf flexibel blijft wat betreft hun werkkapitaal. Het opzeggen van zo’n lening kan door middel van derivaten worden geregeld.

Vestia affaire
Rentederivaten kennen een aantal voordelen. Echter kent het ook risico’s. De Vestia affaire is hier een voorbeeld van. De Vestia affaire is een van de bekendste, Nederlandse voorbeelden van een uit de hand gelopen derivatenportefeuille. De woningcorporatie speculeerde met derivaten en viel daardoor bijna om. Vestia kocht derivaten om, net als vele andere bedrijven, renterisico’s af te dekken. Ze gokten op een stijging van de rente, maar de rente ging, tegen de verwachting in, dalen. Een faillissement dreigde.

In 2012 kwam de volle omvang van de derivatenportefeuille naar buiten. Tegenover ruim 6 miljard euro aan uitstaande leningen stond een derivatenpositie van bijna 23 miljard euro (met een netto nominale waarde van 9,9 miljard euro). De woningcorporatie had in totaal meer dan vierhonderd rentederivaten lopen bij dertien verschillende banken in zowel binnen- als buitenland. Het totaal aan derivaten wat voor een deel noodzakelijk, maar vooral speculatief.

Een stijging van de rente bleef uit waardoor de totale derivatenportefeuille een flinke negatieve marktwaarde had gekregen. Sommige weken liep het verlies op tot meer dan 3 miljard euro. Als de rente weer zou stijgen, kwamen de liquide middelen weer beschikbaar voor de cashflow van Vestia. Maar de rente bleef een lange tijd te laag waardoor de woningcorporatie voortijdig in geldnood kwam. Door de rentedaling kregen de derivaten een negatieve marktwaarde. De betrokken banken eisten extra onderpandbetalingen. Uiteindelijk moest Vestia de derivatenportefeuille bij de banken voor ruim 2 miljard euro afkopen. Andere corporaties moesten vervolgens zo’n 700 miljoen euro ophoesten om Vestia overeind te houden. Zij konden namelijk in financiële problemen komen door het domino-effect dat het zekerheidsstelsel in gang kan zetten. Er werd gevreesd dat zij meegesleurd zouden worden in de neergang van Vestia.

De derivaten leken in het geval van Vestia dus risico’s af te dekken, maar leverden juist risico’s op. De banken beschouwden de financiële mensen van corporaties als deskundig. Inmiddels mogen corporaties alleen nog maar onder strenge voorwaarden derivaten komen en moeten banken hen beschouwen als niet-professionele beleggers.

2018-04-06T17:22:52+00:00